Marnica Schippers, november 2025
Wie een militair ereveld bezoekt, kan zien dat er van de omgekomen militairen geen geboortedatum wordt genoemd. Het is dus niet verwonderlijk dat een graf vaak bezocht wordt op een sterfdatum. En omdat er in gevechten helaas vaak meerdere slachtoffers vallen, worden er soms ook meerdere militairen gelijktijdig herdacht.
Op 20 november jl. bezochten leden van Het Helenaveen van Toen de erebegraafplaats in Mierlo. Op deze dag in 1944 verloren 11 soldaten het leven op de tuinderij van de familie Veldhuizen in Helenaveen. Duitse militairen hadden van deze tuinderij een mijnenveld gemaakt, waar de jonge Britse strijders sneuvelden.
Leden van Het Helenaveen van Toen komen al enkele jaren op deze datum naar de begraafplaats in Mierlo om deze mannen te herdenken. Dit jaar werd het mogelijk de graven te adopteren en op initiatief van Hans van de Laarschot uit Asten is van die mogelijkheid ook direct gebruik gemaakt.
Dit jaar werd er eer betoond door vertegenwoordigers van Helenaveen en door vrijwilligers en belangstellenden namens de Stichting Adoptiegraven Mierlo. Jon Evett las een gedicht, de namen van de militairen werden voorgelezen en er werden witte rozen op de graven gelegd. En, misschien wel het belangrijkste, het verhaal van de mannen werd verteld.

En dan komt de geschiedenis opeens weer een stukje dichterbij. Gerard Veldhuijzen hoorde het van zijn vader Cor. Cor was 28 jaar en werkte samen met zijn broers op de tuinderij van de familie. Ze waren in september 1944 geëvacueerd omdat hun bedrijf op dat moment in de vuurlinie lag. Op 20 november werd er hevig gevochten. Militairen van het negende bataljon Cameronians kwamen er terecht in het mijnenveld. Tien van hen kwamen om door de ontploffende mijnen, een elfde wist zich door het mijnenveld te werken, begon wild om zich heen te schieten (er werden bij zijn lichaam talloze patroonhulzen gevonden) en werd uiteindelijk geraakt door een kogel in zijn hoofd. Een dag later werd Helenaveen bevrijd.

De broers Veldhuizen vonden bij thuiskomst de lichamen van de omgekomen mannen. Ze wisten zich een weg te banen naar de laatste soldaat door de landmijnen met hooivorken aan de kant te werken. “Levensgevaarlijk natuurlijk”, vertelt zoon Gerard. “Gelukkig liep het goed af, anders was ik er nu niet geweest.” In de kleding van de schietende soldaat vond vader Cor zijn naam: Clifford Reginald Secker. “Die naam vergat mijn vader niet meer, dat kun je je wel voorstellen.”
In1985 werd er in de plaatselijke krant de vraag gesteld of iemand wist wat er met Clifford Secker gebeurd was. Cor herkende de naam onmiddellijk en besloot contact op te nemen. “Twee broers van Clifford hebben we daardoor kunnen vertellen wat er met hem gebeurd was. We hebben ze meegenomen naar de tuinderij en ze laten zien waar hun broer was omgekomen.” Gerard was meegevraagd omdat hij Engels sprak. “Dat was een zeer aangrijpend moment. Zeker ook als je bedenkt dat Clifford dienst had genomen in plaats van zijn oudere broer, die net getrouwd was en een gezin te onderhouden had. Hij was 19 toen hij omkwam.”
Gerard vertelt het verhaal in vlot Engels, zodat ook Jon en zijn oud-collega Steven (die zich als militair beiden hebben beziggehouden met mijnen) alles goed kunnen volgen. Ze worden duidelijk geraakt door deze geschiedenis. En dat is waar het om gaat: dat het verhaal blijft. De jongens die op het ereveld herdacht worden zorgen nu, ruim tachtig jaar later, via hun verhalen voor verbinding, letterlijk over hun graven heen.

| Charlie William Thomas Bullen, 23 jaar |
| James McHarg Flynn, 18 jaar |
| Arthur Jones, 32 jaar |
| Joseph Murphy, 31 jaar |
| Colin Reid, 18 jaar |
| Edwin Douglas Rookes, 24 jaar |
| Clifford Reginald Secker, 19 jaar |
| Thomas Kevin Sheehan, 34 jaar |
| Robert Verdun Shonk, 28 jaar |
| John Smith, 22 jaar Ernest Leach, 31 jaar begraven in Mook |
The soldier
Door Rupert Brooke
If I should die, think only this of me:
That there’s some corner of a foreign field
That is for ever England. There shall be
In that rich earth a richer dust concealed;
A dust whom England bore, shaped, made aware,
Gave, once, her flowers to love, her ways to roam,
A body of England’s, breathing English air,
Washed by the rivers, blest by suns of home.
And think, this heart, all evil shed away,
A pulse in the eternal mind, no less
Gives somewhere back the thoughts by England given;
Her sights and sounds; dreams happy as her day;
And laughter, learnt of friends, and gentleness,
In hearts at peace, under an English heaven.